zeilen, wonen, klussen

Al bijna 25 jaar zeilen we met onze Windbreker, wonen we permanent aan boord en zijn we tegelijk bijna altijd aan het klussen.

Nieuwsgierig? We vertellen er onregelmatig een verhaal over op deze blogpagina en op ons YouTube kanaal vind je en filmpje 'in vogelvlucht'!

Thuis op vakantie

Zomer 1998 zeilden we Windbreker terug naar Nederland en begon ons nieuwe leven aan boord. Na een heleboel bootwerk, inclusief een complete klus-zomer in 1999 is het nu eindelijk zover: onze eerste lange vakantie, maar liefst vier hele weken! Bestemming: de Schotse oostkust. En ook voor het eerst: wegvaren en tegelijk lekker thuis. Niks vakantietassen pakken, gewoon wegvaren! De laatste klusjes voor we naar zee gaan doen we in de vissershaven van Stellendam. Eenmaal weg van onze vaste ligplaats is de vakantie echt begonnen.

Het ritme van varen en wachtlopen zit er na een paar dagen  goed in. De verdeling van de wachten gaat vanzelf, omdat we allebei een andere voorkeur hebben; Else vaart tijdens de avond- en ochtendschemer, Edgar neemt de diepzwarte nacht voor zijn rekening. Geen strak schema dus, maar we zorgen ervoor dat we voldoende rust nemen wanneer daar maar de kans voor is.

Gezelschap onderweg! Zuidoost van de Farne Islands worden we tegen de avond verrast door een familie dolfijnen die een prachtige show voor ons opvoert. Een avond en nacht motoren zonder wind wordt beloond met een mooie bries in de ochtend, waarmee we de Firth of Forth inzeilen.Een paar uur later varen we onder de beroemde Forth Bridge door en meren we af in Port Edgar! Alleen al vanwege de naam kunnen we deze jachthaven bij Edinburgh niet links laten liggen.

De ontvangst is allervriendelijkst, maar we vinden het haventarief wel erg hoog voor ons budget (en voor de geboden faciliteiten!). Toch investeren we twee nachten om zo via de lokale zeilers ons licht op te steken over anker- en afmeerplaatsen in de omgeving. 'Would you like a Dutch beer, in exchange for local anchoring information?' Dat slaan Alan en Jim beleefd af, maar even later wijzen ze ons met een Hollandse kop koffie in de hand alle handige plekjes op de kaart aan. Nog mooier: in het haventje naast Port Edgar is precies één plaats waar Windbreker zou kunnen droogvallen. Met een telefoontje wordt geregeld dat we een paar dagen op die plek terecht kunnen. We bedanken onze nieuwe vrienden met een middag zeilen.

Het blijkt een prachtige stek in South Queensferry, een gemoedelijk dorpje tussen de auto- en de spoorbrug in. Mensen wandelen langs de kade en maken belangstellend een praatje. In Nederland is de Windbreker niet zo’n bijzondere maat, maar hier is het een 'rather large vessel'. Vooral de diepgang (2,20 m) is in deze omgeving helemaal niet zo handig, dat zullen we nog wel merken! Nu we zo’n goede plek hebben, kunnen we ook met de getijdewisseling met een gerust hart van boord. Met de bus bezoeken we Edinburgh, waar het jaarlijkse Fringe Festival in volle gang is (geschiedenis, kunst, cultuur en vooral muziek!). Edinburgh’s Royal Botanic Gardens bieden groene rust en in de haven van Leith bezichtigen we het Royal Yacht Brittania. Alleen aan dek is fotograferen toegestaan en het commentaar op een bandje, bij wijze van ‘rondleiding’ maakt ons een beetje baldadig. We kijken liever zonder toelichting zelf wat rond.

Na een avond traditionele Schotse folkmuziek en haggis met onze nieuwe vrienden in Edinburgh zoeken we de eenzaamheid van een eiland op. Inchkeith is 'privatly owned' verboden gebied. Om bezoekers daadwerkelijk van het eiland af te houden wonen er twee honden die eruit zien of ze elke vreemde die over het hek klimt onmiddellijk zullen verorberen. We blijven aan boord en gebruiken de regenmiddag en de eb om de dieptemeter heel exact in te stellen, dat is in dit gebied geen overbodige luxe.

Een prachtige zeildag later eindigt in Anstruther, een vissersdorpje aan de noordelijke oever van de Firth of Forth. Er staat nog 9 ft. water als we binnenvaren en de eb is al ingezet, net op tijd! Maar de kade waarlangs we hadden gedacht droog te vallen, hangt vol met bordjes 'no berthing'. Wat nu? We draaien een rondje en willen weer wegvaren om buiten de haven te ankeren, maar het is al te laat: vast! Edgar gooit bliksemsnel de bijboot te water en roeit met een lange lijn uit de top van de mast naar de kade. Helaas, het water valt te snel, Windbreker ligt pontificaal vast. Dat gaat wel een paar uur duren! De havenmeester komt aankuieren en verlegt een visbootje aan de kade. Als we weer genoeg water hebben, kunnen we daar aanleggen, geeft hij aan. Gewoon bij zo’n bordje 'no berthing'! Tot het zover is gaan we naar de wal en eten fish&chips op de kademuur, met uitzicht op de Windbreker. Anstruther blijkt erg leuk. Een vriendelijke kreeftenvisser doneert ons de volgende dag een avondmaal (3 kreeften!), we bezoeken het visserijmuseum en praten met een oude haringvisser die de loggers van Vlaardingen nog kent. We fietsen rond en verkennen de kleine haventjes van Crail, Pittenweem en St.Monance. Mooi, rustig en tegelijk ruig. Visserij, kleinschalig toerisme en huiskamerexposities van lokale kunstenaars.

May Island ligt al bijna buiten de Firth of Forth. We ankeren op een regenachtige middag, vangen in korte tijd een paar makrelen en wandelen rond op dit puffin-eiland.Geen puffin (papegaaiduikertje) te bekennen in deze tijd van het jaar, die zijn allemaal naar zee. Mei is de broedtijd, dan is het eiland vol met vogels. Nu is er alleen een uitkijkpost met informatie op panelen en de nestholletjes in de grond. En uitzicht op de Windbreker voor anker! Onze terugreis naar huis gaat eerst langs Bass Rock met duizenden Jan van Genten. Onze laatste Schotse ankerplaats is The Kettle, Farne Island, een vogeleiland waar we heel dichtbij jonge aalscholvers zien dankzij de vriendelijke vogelaars die op het eiland tellingen doen en ons van alles laten zien.

De Schotse oostkust is prachtig. En de westkust zou nog mooier zijn? Die zetten we op ons verlanglijstje!