zeilen, wonen, klussen

Al bijna 25 jaar zeilen we met onze Windbreker, wonen we permanent aan boord en zijn we tegelijk bijna altijd aan het klussen.

Nieuwsgierig? We vertellen er onregelmatig een verhaal over op deze blogpagina en op ons YouTube kanaal vind je en filmpje 'in vogelvlucht'!

Het begin van ons avontuur: mei 1998

“Als jullie maar niet denken dat we met een paar dagen kunnen vertrekken, want er moet nog van alles gebeuren en de wind staat ook al weken verkeerd”. Deze opbeurende mededeling was zo´n beetje de begroeting die we kregen van onze vooruit gereisde bemanning, toen we in Puorto de Mogan (Gran Canaria) aan boord stapten van onze nieuwe aanwinst: de Windbreker. Een ruim 14 meter lang klassiek gelijnd stalen S-spant, ons droomschip waarvoor we inmiddels ons huis hadden verkocht; en om ons leventje aan boord te kunnen voortzetten moesten we alleen nog in Nederland zien te komen. We hadden daarvoor drie weken de tijd, want langer zou onze vakantie niet mogen duren. Een beetje krap, maar zonder geluk vaart niemand wel dus we besloten het erop te wagen en vanuit Nederland werden alle voorbereidingen zo goed mogelijk getroffen, inclusief 2 man bemanning (Jan & Jan) die al vooruit waren gereisd om de Windbreker vaarklaar te maken. Toen we (Edgar en Else) met het 3e bemanningslid Nico aan boord stapten was het dan ook onze bedoeling om met een dag of twee de reis aan te vangen.

Ondanks de hitte werd er dus flink doorgewerkt en twee dagen later leken we inderdaad klaar voor vertrek: de uit Nederland meegenomen GPS en radar waren geplaatst, de eveneens zelf geïmporteerde stuurautomaat was aan de windvaan-zelfstuur gemonteerd, de zeilen waren gereedgemaakt, alle boodschappen waren aan boord en gestouwd, de meegebrachte (én zoekgeraakte!) zeekaarten waren weer teruggevonden en veilig aan boord, de water- en brandstoftanks waren vol, de havenmeester was betaald en de laatste akkefietjes met de verkoper waren geregeld. Alleen de wind stond nog niet gunstig, maar een paar dagen in Mogan had ons al geleerd dat volgens degenen die ín de haven liggen de wind nóóit gunstig staat, dus we besloten om te vertrekken. Maar oei! Eenmaal buiten, bij het hijsen van het grootzeil scheurde tot onze schrik bij het tweede rif het achterlijk en omdat we nu eenmaal geen reserve-grootzeil hadden, moesten we wel terugkeren en naar de zeilmaker voor een reparatie. Het valt voor een gemiddelde Hollander, die de zaken praktisch en snel voor elkaar wil hebben, niet mee om “overgeleverd” te zijn aan de eilandencultuur, waar het allemaal wat rustiger aan gaat! Onze eerste week zat er al een stukje op en we waren nog niet eens van dit eiland af, dus de spanning begon al een beetje op te lopen.

Gelukkig kwam het zeil keurig gerepareerd en met voldoende reserve-materiaal de volgende dag weer terug zodat we voor de tweede keer zee kozen. Het liep al tegen de avond en om de “funnel” (harde wind die plotseling opsteekt tussen de eilanden na een warme dag) te ontwijken, kozen we ervoor om het eiland in zuid-oostelijke richting te ronden.

Gedurende de eerste nacht bleek al dat de motor niet meer gewend was om lange tijd achtereen te draaien: in de vroege ochtend liep het toerental onregelmatig en soms zover terug dat de motor afsloeg. Voor schipper Edgar begon vanaf die eerste nacht de niet-aflatende klus die de gehele reis zou voortduren: de motor vergde vrijwel constant aandacht. Warmte, veel zeegang en dieselstank maakten het er bovendien niet prettiger op en na een stop in Las Palmas die niet de benodigde onderdelen opleverde werd uiteindelijk besloten om Madeira zeilend aan te lopen. Het is, met name onder tijdsdruk, een onmogelijke opgave om in een onbekend gebied snel aan onderdelen te komen en met beperkt gereedschap zelf alle technische zaken onder controle te houden; dus riepen we de hulp in van een plaatselijke servicedienst.

Zonnig Madeira was helaas een beetje bewolkt en de tijdsdruk gaf ons ook weinig ontspanning, maar we probeerden de moed erin te houden. Om de reparatie (2 dagen !) te vieren gaan we nog een keer met z´n vijven uit eten, wat ook de moraal aan boord weer op peil brengt. Zowel in Las Palmas als in Funchal maakten we kennis met de havenautoriteiten, die naar onze indruk het voornamelijk druk hebben met “belangrijk doen”. Veel formulieren, stempels en vragen die in onze ogen er helemaal niet toe doen, maar ook hier zijn we gewoonweg overgeleverd aan de eilandcultuur. Madeira lijkt ons een erg mooi eiland om nog eens naar toe te varen, maar dan als we er een tijdje kunnen vertoeven. Nico kon niet het risico nemen om te laat terug te komen op zijn werk en boekte vanaf Madeira een vlucht naar Nederland. Jammer, maar noodzakelijk.

Wanneer “onze” monteur zijn reparatie heeft voltooid, vervolgen we opgewekt onze reis, nu met z´n vieren. De zuidkant van het eiland (we ronden weer langs het zuid-oosten) kunnen we goed in ons opnemen en als we naar het noorden draaien zetten we nog 2 vislijnen uit. Net als op het stuk van Las Palmas naar Madeira hebben we ook nu weer geluk: we vangen 2 bonito´s. De zwakste eten we op, we hebben hier voor 2 dagen genoeg aan en de fitste zetten we weer terug, in de hoop dat hij zal overleven. Eén lijn is voortaan wel genoeg, we kunnen toch niet méér eten en zonder koeling ook niet bewaren. Was de wind eerst hard maar uit de verkeerde hoek, twee dagen na Madeira is de oceaan helemaal vlak. Het wateroppervlak lijkt wel olie-dik, er is geen rimpeltje te bekennen. De motor hebben we dan ook constant nodig en Edgar blijft steeds alert op eventuele mankementen.

We varen een hele dag door een veld van drijvende sponsjes met kleine mosseltjes eraan, maar het valt nog tegen om er een paar te vangen. We zien een paar zonnende zee-schildpadden die precies voor de boeg liggen te slapen en vreselijk van ons schrikken en ook ontmoeten we een heleboel “Portugese Oorlogsscheepjes” die nog klein en ongevaarlijk zijn. Ze zien eruit als een kleine platte kwal, maar met een rechtopstaande doorzichtige vin, die aan een zeiltje doet denken. Grotere exemplaren zijn vaak wel gevaarlijk, omdat ze hele lange tentakels kunnen hebben. Er is niet zoveel te doen aan boord en de onderlinge spanning stijgt als blijkt dat de diesel-voorraad minder is dan we dachten en we zeilend niet voldoende snelheid maken om onze planning nog te halen. Als we de inhoud van de laatste tank, die erg vervuild is, liter voor liter gefilterd hebben door stukken wollen deken in het vergiet, besluiten we dat we Vigo zullen moeten aanlopen om diesel te tanken. Hoewel dit een omweg betekent is er geen andere keuze, want de wind laat het nog steeds afweten en we kunnen onze snelheid niet onder de 5 knopen laten komen. Jan W. voelt zich al een paar dagen niet lekker en besluit om in Vigo van boord te gaan. Als we om 08.00 uur ‘s morgens de riviermonding aanlopen is het buiten grijs en vochtig. De telefoon doet het weer, dus we bellen allemaal even naar huis om te zeggen dat het “goed” gaat. Tussen 10.00 en 12.00 uur is het diesel tanken, schoonmaken en boodschappen doen om vervolgens direct weer te vertrekken. Nu we met z´n drieën zijn, is het wachtsysteem eigenlijk heel prettig: 4 uur op, 8 uur af. Zo heb je dagelijks dezelfde wacht en kun je een lang stuk slapen en op die manier kom je goed in een dagritme. Als het weer verslechtert, kunnen we altijd nog overgaan op 4 uur op, 4 uur af. Zelf heb ik de mooiste wacht: 8 - 12 en van 20 - 24 uur. Dat betekent dat ik ´s nachts kan slapen en op de dag het huishouden kan doen, wat voornamelijk bestaat uit het verzorgen van de maaltijden. Brood bakken gaat steeds beter en ook de koolgerechten worden creatiever. Helaas zijn we nu wel door de papaya´s, avocado´s, sla en bananen heen, maar er zijn nog voldoende wortelen, tomaten, uien, kool, aardappels, eieren en sinaasappels en daarmee krijgen we dus nog genoeg verse ingrediënten naar binnen.

We nemen genoeg ruimte om Kaap Finistere, maar toch is er veel zeegang en de wind neemt stevig toe, alweer uit de verkeerde richting en dit zal zo blijven tot we het Kanaal aanlopen. Tijdens dit traject, de Sole (ten westen van Biskaje) is het werkelijk een kwestie van volharden. De wind komt uit het Noord-oosten en veroorzaakt met kracht 6 nog steeds veel zeegang. We kunnen niet zo hoog aan de wind motorzeilen en zetten een lange-afstand koers uit. Na 24 uur gaan we overstag en liggen we over de andere boeg te volharden. Inmiddels hebben we in de gaten dat we waarschijnlijk niet eens op tijd in Brest of Falmouth zullen aankomen en dat veroorzaakt de nodige buikpijn over de verplichtingen ten aanzien van onze werkgevers. Jan V. heeft gelukkig nog wat langer verlof, maar ik maak me wel zorgen. Helaas, bellen kan niet en de wind blijft hardnekkig uit de verkeerde kant komen. Er is gewoonweg niets meer aan te doen. Gelukkig worden we nog een keertje opgevrolijkt: als we bijna het Kanaal aanlopen, zijn er eindelijk de dolfijnen waarnaar we zo hebben uitgekeken. Het blijkt een geweldige ervaring om de dieren rond de boot te zien spelen! Dit gezelschap, wat wel een paar uur blijft, maakt enorme indruk op ons en de vertraging lijkt opeens een stuk minder erg. De aanloop naar Falmouth wordt begeleid door de lichten van de Scilly´s, die nadrukkelijk aanwezig zijn. De laatste dagen en nachten door het Kanaal zijn voor ons érg druk: veel scheepvaart, veel lichten, opwindend! Toch moeten we op het laatste moment Dover nog aanlopen, omdat de koelwaterpomp van de motor definitief ter ziele is. Op de oceaan was het immers niet zo erg om een uurtje stil te liggen sleutelen, maar in het Kanaal laat het drukke verkeer dat niet toe. Bovendien is het voor de verandering nu weer bijna windstil, dus we kunnen nog steeds niet zeilen !

Dat laatste beetje oponthoud kan er ook nog wel bij en we zijn blij met de behulpzame Engelsen, die zich alle moeite getroosten om ons voor een normale prijs zo snel mogelijk aan de benodigde pomp te helpen. Van Dover naar Stellendam is een heerlijk stukje varen en nog geen 24 uur later komen we ons eigen vertrouwde Slijkgat in, en wel zeilend! De grote verassing is het geweldige welkom bij de Goereese sluis, waar een aantal schepen van onze vereniging Helius luidruchtig op ons liggen te wachten. Het is zelfs een beetje griezelig om na al dat ruime water zo dicht bij elkaar te varen en een bordje nieuwe haring aangereikt te krijgen, maar wat is het heerlijk om zo thuis te komen!