zeilen, wonen, klussen

Al bijna 25 jaar zeilen we met onze Windbreker, wonen we permanent aan boord en zijn we tegelijk bijna altijd aan het klussen.

Nieuwsgierig? We vertellen er onregelmatig een verhaal over op deze blogpagina en op ons YouTube kanaal vind je en filmpje 'in vogelvlucht'!

10 jaar met de boot getrouwd!

Edgar op weg naar Scilly


Een lang gekoesterde wens: met de Windbreker naar de Schotse westkust, gaat in vervulling. Het is een flinke tocht waar we uit-en-thuis maar liefst 7 weken de tijd voor hebben. En dat lijkt lang, maar het wordt nog stevig doorvaren!

Ons ‘matroosje’ Koosje mag aan boord natuurlijk niet ontbreken. En hoewel een nachtje doorvaren geen probleem is met deze getrainde zeezeilhond mocht zij toch niet met de Windbreker naar Harwich! De Britse regelgeving op het invoeren van huisdieren is flink versoepeld, maar het is niet toegestaan om per ‘private yacht or plane’ een huisdier in te voeren. En daarom bleef Koosje even logeren in Nederland en bezocht zij de dierenarts voor de voorgeschreven behandeling terwijl wij de Windbreker overzeilden en Else op de ferry terug stapte. De volgende dag weer met de ferry, maar nu oostwaarts en samen met Koosje, die voorzien van een ‘green label’ bij haar paspoort keurig legaal werd ingevoerd in de UK.

Het kost dus een paar dagen oponthoud, een ferryretourtje en dierenartskosten (maar die horen bij het hebben van een huisdier) om je scheepshond legaal aan boord te hebben en onbezorgd te kunnen rondvaren in heel Groot Brittannië. Op www.dogsincluded.nl staat alle info, ook voor andere landen, met links naar de betreffende autoriteiten en regelgeving.

Vertrek van Scilly

Het is ’s middags al na vieren als we de ankerplaats bij St.Mary’s verlaten. Wat is het toch altijd weer leuk om andere zeilers te ontmoeten! Maar we hebben een flink stuk noordwaarts voor de boeg met een stabiel kalme weersverwachting, dus we willen niet langer wachten. De lage rotsen van Scilly blijven nog een hele tijd in zicht terwijl we onder zeil nauwelijks voortgang maken en onze draai voor een paar dagen op zee opzoeken. Oceaan zelfs! Het besef dat aan bakboord de Atlantische Oceaan lonkt, geeft een avontuurlijk gevoel. Eenmaal ter hoogte van Bristol Channel zal Ierland daar weer tussen liggen. Super rustig is het nu: de zee, het weer, de scheepvaart en het zeeleven. Hier en daar een visboeitje, soms een vissersschip met bijbehorende meeuwen.

We worden helemaal blij als er de volgende dag Jan-van-Genten voorbij scheren en we alkjes op het water zien drijven in groepjes, alsof ze ‘vergadering’ houden. Zelfs een enkele papegaaiduiker zien we nog net wegduiken als we in de buurt komen.

Ondanks onze scherpe uitkijk zien we geen dolfijnen, maar we worden wel verrast door een kleine walvis vlak naast de boot. Spannend! Ik kijk een beetje bezorgd om ons heen of er nog een moeder walvis in de buurt is, maar het blijft bij een kort bezoekje van dit ‘kleintje’ van meter of zeven, de helft van de boot! ’s Nachts komen de dolfijnen toch, tijdens Edgar’s wacht. Ze maken een poosje prachtige lichtflitsen in het donkere water, vertelt hij me ’s ochtends enthousiast. Koosje vond het ook prachtig, volgende keer heeft zij ze misschien wel als eerste in de gaten! Ik ben een beetje jaloers dat ik al dit moois miste, maar ik heb heerlijk geslapen.

Het weer zorgt met W 3 Bft voor een vriendelijke zee waarop we met de halfwinder toch zo’n 6 knopen varen. ’s Avonds wordt het nog minder en verruilen we het grote voorzeil voor de motor op een zuinig laag toerental, zodat we comfortabel motorzeilend noordwaarts kruipen op de kaart.

Tijdens mijn avondwacht luister ik naar de radio: Ierse folkmuziek en interviews met de musici. Grappig; de interviews, aankondigingen en songtitels zijn prima te verstaan, maar de songteksten in het geheel niet! Gaelic klinkt tamelijk exotisch.....  Ik tuur naar de horizon aan bakboord, waar na zonsondergang een oranje schijnsel verraadt waar Dublin ligt. Even later zie ik ook aan stuurboord zo’n schijnsel, een stuk flauwer, maar toch. Waar komt dat licht vandaan? Holyhead kan toch niet zoveel licht geven? Het moet wel de reflectie op de wolken zijn van de verlichting van een grote stad: Liverpool, heel in de verte. Wat een licht, dat ik hier helemaal de gloed kan zien! De nacht valt, de sterren flonkeren steeds duidelijker. De maan schijnt een zilveren paadje op het zwarte kalme water en Windbreker maakt haar bruisende boeggolf en borrelend kielzog. Ik geniet.

Isle of Man, Noord-Ierland en de west-Schotse eilanden.

Bij het ochtendlicht lopen we Isle of Man aan: de vuurtoren voor Chicken Rock en de hoge rotswand bij Port Erin imponeren na een paar dagen zee en in vergelijking met de lage Scilly-Isles.

We ankeren voor het nog lege strand, waar ’s middags de badgasten zich vermaken. Op de ankerplaats ligt een klassiek zeilscheepje met de ‘old gaffers’ wimpel. Dat schept direct een band en voor we het weten zitten we aan boord en noteren mooie ankerplaatsen en lokale tips in onze almanak.

De volgende dag bekijken we het eiland per stoomtrein en elektrische tram, een echte museumtoer. Het landschap is groen, aan de kust ruig en tegelijk de typische sfeer van een Britse badplaats vermengd met ‘Harry Potter’ decor.

Nu we zo dicht bij N-Ierland zijn, kunnen we dat natuurlijk niet overslaan. Glenarm is vanaf Man zo’n 55 mijl, een mooie dagtocht. Tenminste, als het weer meezit. Met waarschuwingen voor windkracht 8, maar wel zuid-oost, gaan we met een klein tuigje op pad. Dikke grijze bewolking geeft de hele dag geen krimp. Harder dan 6 Bft gaat het niet waaien, maar de waarschuwingen blijven en de barometer daalt gestaag zodat we het tuig klein houden, eigenlijk te klein voor goede voortgang. Als de wind helemaal wegvalt en het echt heel hard regent zetten we toch maar de motor bij. Wat nou ‘gale 8’ ?!

Elf uur na vertrek lopen we Glenarm aan én houdt het op met regenen. De allervriendelijkste havenmeester maakt een plaatsje aan de steiger, verontschuldigt zich voor de regen en legt uit waar de pub is. Ik heb alleen nog ‘manx’ ponden aan boord, moet ik niet eerst een cashmachine opzoeken? Welnee, de pub neemt alle ponden aan, verzekert hij ons. Als we maar voor 23.00 uur binnen zijn.

Ook hier zitten we de volgende ochtend met de buurman van de steiger onze pilot-info bij te werken. Voor we het Caledonisch Kanaal ingaan, hebben we nog bijna 2 weken. Alles is in kleine dagtochten te varen, het enige waarmee je rekening moet houden is het enorme tij: met zo’n 4 knoopjes stroom mee is een tochtje van 30 mijl natuurlijk zo gebeurd! En zo varen we in een middagje van Glenarm naar het Schotse whisky-paradijs Islay.

Zodra we het eiland in het vizier hebben, is de eerste distilleerderij ook in beeld. Een wit pand met supergrote zwarte letters: Lagavullin. We fietsen er de volgende dag naar toe, en ook naar de buren Lafroigh en Ardbeg. Allemaal witte gebouwen met grote zwarte letters, het blijkt de ‘huisstijl’ van Islay.

Hier zijn de manx-ponden soms wel een probleem, maar niet overal. Typical: hebben wij nu overal de euro, in Groot-Brittanië zijn nog plenty verschillende ponden. Het draagt wel bij aan ons vakantiegevoel!

Vanuit de ‘tuin’ van Ardbeg kijken we naar het water waarover we de vorige dag kwamen aanzeilen. De opslag van de whiskyvaten van Ardbeg zijn een ontdekking voor Koosje: ze proeft voorzichtig van het regenwater bovenop de vaten.... dit is niet zout, zoals op het strand. Maar zit er toch een smaakje aan?

Getijstroom, regen en zonneschijn

Tussen Islay en Jura perst het water zich door de smalle ‘Sound of Islay’. De lage maar stabiele barometer en een vrolijk ochtendzonnetje beloven een mooi tochtje met uitzicht op Islay én Jura. Dat pakt toch anders uit. Alleen het tij houdt zich aan de afspraak: op het smalste deel rent Windbreker rent motorzeilend met 12 knopen op de GPS (en 7 op het log) door de gutsende regen. Niet minder spectaculair, maar toch..... we waarderen de zon extra als die zich aan het einde van de middag weer laat zien en we een wandeling maken over het eiland Oronsay, onder Colonsay, waar we aan de oostzijde voor anker liggen.

Aan de westzijde is alleen nog Atlantische Oceaan: we zien de wolken over komen waaien met de westenwind, maar de regen valt lekker pas een stuk verderop, hier blijft het droog.

Konden we maar een weekje blijven liggen! Beetje uitrusten, aan boord rommelen, leren vissen van lokale vissers, wandelen tussen de schapen. Maar ja, dan zien we geen andere eilanden meer. En er is hier nog zoveel te zien en vooral te zeilen! Dus gaan we anker-op en zetten zeil naar Iona, 30 mijl noordelijker. De Schotse zomer doet haar best: 18° met zon en wat lichte bewolking, NW 3 Bft en de barometer gaat heel langzaam maar zeker omhoog.

Roze rotsen

Bij het aanlopen van Iona zien we onze eerste basking shark! Een monster van een haai, maar geruststellend genoeg eet hij alleen plankton. Om die te vangen, zwemt hij steeds met de enorme bek opengesperd, weten we van de lokale toeristenfolders. Want boven water zie je alleen de rug- en staartvin. Die lengte schatten wij op 4 meter en dat is dus de helft van het hele dier. Best spannend, zo vlak naast de boot.

Iona is door de gigantische kloosterkerk een bedevaartsoord en trekt veel toeristen. De pilot raadt aan om pas na vertrek van de dagtoeristen aan land te gaan om van de rust te genieten. Dat komt goed uit, want we ankeren in het begin van de avond in de getijstroom en blijven eerst een tijdje opletten voordat we van boord gaan.

Aan de overkant liggen de roze rotsen van Bull Hole in de avondzon. Daar wilden we liever ankeren, maar de meest geschikte plek was al bezet door lokale vissersschepen en bovendien is het een flink stuk met de bijboot door het tij naar Iona. Nu hebben we in ieder geval prachtig uitzicht! Tijdens de wandeling langs de kloostertuin overvalt ons weer het gevoel langer te willen blijven.


Toch varen we de volgende morgen vroeg naar Staffa, want het is een ongekend rustige dag en dat betekent dat we dit bijzondere eiland van basaltpilaren en de grot ‘Fingal’s Cave’ misschien van dichtbij kunnen bewonderen.

Inspirerend eiland

De Atlantische Oceaan deint vriendelijk rond Staffa en nodigt uit om het anker te laten vallen in 20 meter diep water. Spannend om de boot achter te laten;  het wordt een kort tochtje met de bijboot, voorzichtig varen we de grot in.

Aan de binnenkant ziet het basalt er zo mogelijk nog indrukwekkender uit. De deining loopt door naar binnen, maar er is voldoende ruimte om de bijboot te keren. Ik neem me voor om Mendelssohn’s Schotse Symphonie aan boord te halen, want deze plek inspireerde hem voor de Hebriden Ouverture; die muziek willen we natuurlijk horen.


Onze bestemming voor vandaag is het eiland Coll, het wordt de meest westelijke ankerplaats deze reis: 06°31’W (en 56°37’N). Het is ‘druk’ voor Schotse begrippen: alle 6 moorings zijn al bezet! Maar er is voldoende ruimte om te ankeren, later komen er nog een paar jachten bij. We ontdekken dat de eilanden Coll en Tiree, die nog ruim 30 mijl zuidoostelijk van Barra Head liggen, toch al ‘Hebridean Islands’ genoemd worden. Dat noteer ik trots in het logboek, terwijl we ons voornemen om de ‘echte’ Hebriden zeker een volgende keer te bezeilen.

Serious sailing

Vanaf Coll zetten we koers naar het vasteland van Schotland, maar eerst naar Tobermory, noordoost op het eiland Mull. Aan de wind, 5 Bft, grijs en nat, wordt het een serieus zeiltochtje. Dit is óók Schotse zomer. Windbreker is geen topper op aandewindse koersen, we hebben meer slagen nodig dan ons lief is maar houden het koppig op zeil, de motor blijft uit. Drie hoger zeilende jachten lopen op ons in. Op het moment dat zij ook nog een slag moeten maken, wordt bij alledrie de genua ingerold en gaat de motor bij. Watjes! Het geeft ons nog meer voldoening om, ondanks de stromende regen, zeilend Tobermory aan te lopen.

Het anker valt ver van de havenkade, nabij de steile bosoever, in ruim 30 meter water. De pilot voorspelde die diepte al. Het is nu wel heel druk op de ankerplaats, er blijkt een groot zeilevenement te zijn: zeilers alom, feest in de pub met live muziek en spontaan contact tussen de vele jachten in de ankerbaai. Op de kade zien we advertenties van ‘boattrips to Staffa’, aanbevelingen voor een avontuurlijke middag om basking sharks te zien en misschien even een voet op Staffa te zetten. Een tocht van 3 uur voor £40,- per persoon. Wat zijn we toch een bofferds dat we daar op eigen kiel konden rondvaren! We genieten van de bedrijvigheid aan de haven: restaurantjes, winkeltjes, natuurlijk een distilleerderij en in de jachthaven zelfs een wasmachine. Terwijl die aan het werk is, wandelen wij over een modderpaadje hoog tegen de heuvel en fotograferen de Windbreker en de pittoresk gekleurde huizen aan de havenkade.

Betoverende ankerplek

Geïnspireerd door de wedstrijdsfeer gaan we zeilend anker-op: een goede oefening in ‘boot-handling’ op een niet al te krappe ankerplek. De zon is er weer en maakt de oevers van Mull aan stuurboord en Morvern aan bakboord stralend groen. Windbreker kabbelt onder zeil rustig voort met een bakstagwindje, we hoeven niet veel meer te doen dan de oevers te bekijken en ons af te vragen welke verhalen er schuilen achter de grijze muurtjes: overblijfselen van een kasteel, ooit?

Loch Aline, een stukje verderop, is toegankelijk via een smalle ingang. De ferry ‘Caledonian McBrayne’ gaat ons voor. Eenmaal binnen blijken er groene steile hellingen aan weerszijden en een ‘Tita-Tovenaar kasteel’ aan het einde.

Een sprookje, helemaal om ’s morgens wakker te worden met een spiegel om ons heen: er is geen rimpeltje op het water te bekennen en het groen op de oevers is bij het ochtendlicht nóg intenser.




Vandaag zeilen we naar Oban, waar we ooit met de auto waren en een middagje zeilden met de kleine catamaran van onze Schotse zeilvriend Alan. Nu zoeken we Alan op met de Windbreker, om samen op te zeilen in dit prachtige water.

Het weerzien met Alan is gezellig, Bijkletsen en samen eten in Oban. En Alan fotografeert de Windbreker onder zeil!








Dan is het tijd om oostwaarts te varen: dwars door het Schotse hooggebergte via het Caledonisch Kanaal.

Loch Ness lijkt net een ‘kijkdoos’: een langgerekt, diep vergezicht. Heeft dat een naam, zo’n smalle, diepe horizon?

Het is prachtig, maar we zijn toch blij als we in het oosten weer een vertrouwde, wijdse horizon zien boven de grijze Noordzee.